De zwarte stern op reis door Nationaal Park Nieuw Land

Zwarte sterns broeden niet in Nationaal Park Nieuw Land, maar passeren hier elke lente en zomer tijdens de seizoenstrek. Op hun wereldreis is het een belangrijke tussenstop. Ooit waren er vele tienduizenden zwarte sterns in het IJsselmeergebied, maar helaas zijn het er tegenwoordig nog maar enkele duizenden. Een klein wit trekvisje, dat verwant is aan de zalm, vormt hierin een sleutelrol.

Van zwarte naar witte veren

Zwarte sterns zijn in het voorjaar prachtig zwart van onderen met een leigrijze bovenzijde. Ze nestelen in waterplantenrijke veenmoerassen en -sloten of op dode rivierarmen. Direct na de broedperiode vliegen ze naar grote open wateren zoals het IJssel-, Markermeer en de Waddenzee om aan te sterken voor de trek naar West-Afrika. Dankzij kleine apparaatjes, die de daglengte meten, weten we dat een deel van de zwarte sterns in Ghana overwintert maar sommigen gaan zelfs door naar Namibië.

In Nieuw Land stoppen ze in juli-augustus een tijdje om op te vetten, maar ook om de zwarte veren van het zomerkleed om te ruilen voor het witte winterkleed. De grote vleugelveren vervangen ze langzaam, want ze moeten kunnen blijven vliegen en het kost ook veel energie. In een maand tijd verwisselen ze slechts 3 tot 5 slagpennen. Dan gaan ze naar Afrika en vervangen de overige slagpennen.

Ruiende zwarte stern @MaartenHotting

Te weinig spieringen

In Nationaal Park Nieuw Land vangen zwarte sterns in juli en augustus vissen en insecten op het Markermeer en de Oostvaardersplassen. Ze overnachten op slikvlakten of eilanden van Trintelzand of Marker Wadden. Op die slaapplekken komen ze allemaal bij elkaar en vliegen dan als spreeuwenzwermen in de avond rond. De aantallen zijn de afgelopen decennia flink afgenomen in het IJsselmeergebied, omdat hun belangrijkste prooi, de spiering, niet zo talrijk meer is.

Spieringen zijn trekvissen die in het voorjaar van zout naar zoet zwemmen om te paaien. Door de aanleg van de Afsluitdijk raakten de vissen opgesloten in het IJssel- en Markermeer. Deze opgesloten populatie was in eerste instantie zeer succesvol, maar door een combinatie van factoren zoals minder voedingsstoffen in het water en meer roofvissen ging het bergafwaarts. Ook is het Markermeerwater tegenwoordig mogelijk te warm door klimaatverandering en daardoor te arm aan zuurstof voor spieringen. Het helpt ook niet dat de spieringen niet of nauwelijks meer naar zee kunnen trekken en de populatie daardoor moeizaam aangevuld wordt met vers bloed. Hoe dan ook, de gigantische scholen spieringen zijn verleden tijd en de zwarte sterns hebben minder voedsel.

Zwarte sterns rustend op Marker Wadden

KORT BEZOEK IN HET VOORJAAR

In het voorjaar passeren de zwarte sterns Nederland weer op weg naar de broedgebieden. Ook dan doen ze Nationaal Park Nieuw Land aan, alleen in kleinere en sterk wisselende aantallen. Ze zijn er ook veel korter omdat ze haast hebben om bij de broedplek te komen.

WAAR KAN JE DE ZWARTE STERN ZIEN?

Eind april-begin mei en juli-augustus is het Bovenwater bij Lelystad een goede plek om te gaan kijken, omdat de sterns daar goed vanaf de Knardijk te zien zijn. Met een beetje geluk vliegt er ook een witvleugelstern tussen, die af en toe met de groepen zwarte sterns meevliegen. Andere kansrijke plekken in lente en zomer zijn Marker Wadden (ook onderweg vanaf de boot) of gebruik het uitkijkpunt bij Trintelhaven waar ze op goede momenten aan beide zijden van de dijk zijn te zien.