Witte tijgers en kameeltjes
Een nachtje vlinderen met Ineke Vuuregge
Maandelijks neemt Hans-Erik Kuypers, boswachter bij Staatsbosbeheer, de geregistreerde soorten door die zijn vastgelegd voor het Soortenjaar 2026 in Nationaal Park Nieuw Land. Op waarneming.nl verschijnen voortdurend nieuwe observaties, aangeleverd door een grote groep enthousiaste natuurliefhebbers. Tussen de honderden foto's bevinden zich onder meer planten, mossen, vogels, paddenstoelen, nachtvlinders en diverse microvlinders.
De biodiversiteit binnen het nationaal park blijkt indrukwekkend. Inmiddels zijn er al 1.685 verschillende soorten geregistreerd binnen de grenzen van Nationaal Park Nieuw Land. Deze waarnemingen zijn afkomstig uit bekende natuurgebieden zoals Marker Wadden, Lepelaarplassen en Oostvaardersplassen. Dankzij de inzet van vele waarnemers groeit het overzicht van de aanwezige flora en fauna iedere maand verder.
![]()
Motjes, spanners, uiltjes en rollers
In mei waren er veel registraties te zien bij de soortgroep Nachtvlinders en Micro’s. Er werden 150 verschillende motjes, spanners, uiltjes en rollers bijgeschreven door een drietal mensen op twee verschillende dagen, of beter gezegd: in twee verschillende nachten. De kleine vlindertjes werden zo rond middernacht genoteerd. Eén van die nachtelijke tellers was mijn collega Ineke Vuuregge zijn, die mij met een grote glimlach mee neemt in haar nachtleven van 23 en 29 mei.
“Een moerasduiveltje, da’s super bijzonder in de Flevopolder, Niet de eerste waarneming ooit in de polder, maar wel een primeur voor Zuidelijk Flevoland. Hoe leuk is dat!” Op mijn vraag naar wat haar zo aantrekt in het nachtvlinderen is dit haar spontane openingszin. Ze noemt zichzelf nog een beginner en laaft zich aan de kennis van Ico Hoogendoorn, die een groot aantal van de 2400 nachtvlinders kent.
Een nachtvlinderavond begint in de schemering met het opzetten van een scherm. Een wit laken, beschenen door een speciale lamp met blauw licht. In eerste instantie komen daar oneindig veel muggen op af. Ook die worden meegenomen in de registratie voor het soortenjaar 2026 op Waarneming.nl, maar het gaat natuurlijk om de vlinders en motten die na enige tijd op het doek verschijnen. Eerst wild fladderend en ondefinieerbaar, later rustig en determineerbaar.
Filmvoorstelling
Het verhaal van Ineke laat zich omschrijven als een filmvoorstelling die elke keer weer verrassend is. Wat wordt er vanavond getoond, wat zijn de hoofdrollers en de bijspanners? Een mooie voorstelling laat zich slecht voorspellen. Afhankelijk van weer en wind wordt een vlinderavond enkele dagen te voren gepland. In een klein appgroepje met fanatiekelingen wordt een voorstel gedaan: “Het belooft mooi, warm weer te worden. Zullen we vrijdag gaan?” Als het weer dan de voorspelling volgt, treffen de lakenspanners elkaar op de afgesproken plek en begint de opbouw. Ruim drie uur later worden de lakens weer opgerold en worden de laatste soorten geregistreerd.
Het opgeven van een paar uur slaap levert volgens Ineke zo veel moois op dat het meer dan de moeite waard is. “De enorme diversiteit in kleuren, vleugelpatronen en vormen is fascinerend. Moet je eens naar zo’n grote pijlstaart kijken en die dan naast een kleine koperuil zien”. Ineke vertelt over haar kennismaking met een hermelijnvlinder die in en uit haar mouw was gekropen en op haar hand bleef zitten. Een prachtig diertje dat ook echt koninklijk oogt. Zoals met de meeste interesses is het leuk om deze met anderen te kunnen delen. Met andere vlinderaars voorovergebogen naar een soortje op het laken kijken en deze dan met (of zonder) de app Obsidentify op naam proberen te brengen is zo leuk. Vooral ook als echte kenners zoals Ico Hoogendoorn de correcte determinatie bevestigt.
Poëtische namen
Ik moet bij dit soort langer wordende lijsten ook altijd denken aan de personen die de soorten een naam hebben mogen geven. Hoe leuk moet het zijn geweest om iets voor het eerst te zien en daar dan je gedachten aan te mogen hangen. Dat heb ik vooral bij een soort als de ‘witte tijger’ of een ‘kameeltje’. Andere namen zijn wat logischer en direct afgeleid van de boom of struik waar ze als rups worden aangetroffen: ‘peppel–orvlinder’ of ‘witte populierbladroller’. Minder poëtisch maar ook mooi.
Met ruim 260 gevonden soorten in het nationaal park is meer dan 10% van de 2400 nachtvlinders en micro’s van Nederland aangetroffen. Is dat veel of valt het tegen? Geen idee. Wat nooit tegenvalt is de verwondering over die ongelofelijk diversiteit en soortenrijkdom. Met Ineke hoop ik nog op nog talloze voorstellingen op het witte doek. Een volgende keer gaan we wat verder in op de betekenis van de nachtvlinders in de natuur. Want behalve dat ze het beginpunt voor een hele leuke liefhebberij zijn, zijn ze ook van groot belang voor een heleboel andere plant- en diersoorten.
Lees hier het originele blog van boswachter Hans-Erik Kuypers.