LUUK & IJSBRAND - Mei
![]()
Op avontuur naar Marker Wadden
De zon staat hoog aan de hemel en de lucht is helder. Mei voelt anders: warm, levendig, vol geluiden. Luuk staat aan de rand van het moeras en kijkt naar het glinsterende water van het Markermeer. Naast hem staat IJsbrand, zijn witte veren glanzend in het zonlicht.
“Vandaag gaan we naar Marker Wadden,” zegt IJsbrand trots. “Een plek die mensen hebben gemaakt, speciaal voor de natuur.”
Luuk kijkt nieuwsgierig. “Eilanden voor vogels, toch?”
“Ja,” knikt IJsbrand. “Marker Wadden zijn een groep nieuwe eilanden in het Markermeer. Ze zijn gebouwd van zand, klei en slib om de natuur meer ruimte te geven. Nu groeien er planten, broeden vogels en leven vissen. Het is een paradijs voor dieren én voor mensen die willen ontdekken.”
IJsbrand spreidt zijn vleugels. “Klim maar op mijn rug. Vandaag vliegen we erheen!”
Luuk voelt zijn hart sneller kloppen. Hij grijpt zich stevig vast en voelt hoe de wind hen optilt. Samen stijgen ze op, hoger en hoger. Onder hen ligt Lelystad, met zijn straten en huizen. “Het is gek,” zegt Luuk. “Je bent zo in een andere wereld. Eerst winkels en huizen, en nu… water en natuur.”
“Dat is het bijzondere van Nieuw Land,” glimlacht IJsbrand. “Het ligt vlak naast de stad, maar het voelt alsof je ver weg bent.”
Na een korte vlucht verschijnen de eilanden aan de horizon. Zandstranden, groene velden en houten paden glinsteren in de zon. “Wauw,” fluistert Luuk. “Het lijkt een tropisch eiland, maar dan in Nederland!”
Ze landen op een houten vlonder. Overal horen ze vogelgezang. “Hier komen heel veel trekvogels uitrusten,” vertelt IJsbrand. “Vogels die duizenden kilometers reizen, stoppen op Marker Wadden om bij te komen en weer op kracht te komen.”
“Welke vogels komen hier?” vraagt Luuk.
“Bonte strandlopers, kluten, visdiefjes,” somt IJsbrand op. “Sommige komen uit Afrika, andere uit Siberië. Ze gebruiken deze eilanden als tussenstop om uit te rusten en te eten.”
Luuk kijkt naar een groep kleine vogels die druk in het zand scharrelen. “Het is alsof dit hun hotel is,” zegt hij lachend.
“Precies,” knipoogt IJsbrand. “En wij mogen even meekijken.”
Ze vliegen nog een rondje boven de eilanden. Van boven ziet Luuk het water glinsteren, de eilanden als groene stippen in het blauw. Hij schrijft in zijn notitieboek: Mei, Marker Wadden. Vogels van over de hele wereld.
Als de zon zakt, zegt Luuk zacht: “Dit was het mooiste avontuur tot nu toe.”
“En er komen nog meer,” glimlacht IJsbrand. “Want Nieuw Land blijft veranderen. Elke dag.”